Een fout op een factuur lijkt soms onschuldig. Een verkeerd btw-nummer, btw aanrekenen waar dat eigenlijk niet hoort, of een intracommunautaire levering die verkeerd wordt gefactureerd. Toch kan zo’n kleine administratieve fout onverwacht meerdere btw-schulden tegelijk creëren.
Een arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 25 februari 2026 toont hoe dat kan gebeuren bij intracommunautaire goederenstromen. In die zaak kwamen twee btw-mechanismen samen die op zich vrij bekend zijn, maar die in combinatie voor een onverwachte dubbele btw-druk kunnen zorgen.
Wanneer btw op een factuur staat, ontstaat vaak automatisch een btw-schuld
Het eerste principe is vrij eenvoudig: btw die op een factuur wordt vermeld, is in principe verschuldigd. Zelfs wanneer de onderliggende transactie eigenlijk niet belastbaar is. Dat volgt uit artikel 203 van de btw-richtlijn.
In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat een leverancier btw kan aanrekenen op een levering die eigenlijk een vrijgestelde intracommunautaire levering had moeten zijn. In dat geval klopt de factuur inhoudelijk niet, maar blijft de btw toch verschuldigd zolang de factuur niet wordt gecorrigeerd. Met andere woorden: de vermelding van btw op een factuur kan op zichzelf al een btw-schuld doen ontstaan.
Een verkeerd btw-nummer kan nog een tweede btw-schuld veroorzaken
Daarnaast bestaat er binnen het btw-systeem nog een tweede mechanisme dat minder bekend is, maar in internationale transacties regelmatig speelt. Wanneer een afnemer bij een intracommunautaire aankoop een btw-nummer gebruikt dat niet behoort tot de lidstaat waar de goederen aankomen, kan de lidstaat die het gebruikte nummer heeft toegekend de intracommunautaire verwerving belasten. Dat gebeurt op basis van artikel 41 van de btw-richtlijn.
Die regel werkt als een soort veiligheidsnet 🛟. Zolang niet wordt aangetoond dat de btw effectief in de lidstaat van aankomst werd betaald, kan de lidstaat van het gebruikte btw-nummer de verwerving belasten. Ook dat leidt dus tot een extra btw-schuld.
Wat gebeurde er in deze zaak?
In de zaak waar het arrest over gaat, speelde precies deze combinatie van regels. Een Oostenrijkse onderneming kocht goederen bij Oostenrijkse leveranciers en liet die goederen vervolgens naar andere EU-lidstaten vervoeren. De onderneming gebruikte daarbij haar Oostenrijks btw-nummer, en de leveranciers factureerden Oostenrijkse btw.
De Oostenrijkse administratie stelde echter dat de leveringen materieel intracommunautaire leveringen waren en dus vrijgesteld hadden moeten zijn. Toch bleef de btw op de facturen verschuldigd bij de leveranciers op basis van artikel 203. Tegelijk kon Oostenrijk ook de intracommunautaire verwerving belasten via artikel 41, omdat niet werd aangetoond dat de btw in het land van aankomst effectief werd betaald.
Het resultaat was een opmerkelijke situatie: twee btw-schulden in dezelfde lidstaat.
- een btw-schuld bij de leverancier door foutieve facturatie
- een btw-schuld bij de afnemer door de intracommunautaire verwerving
Volgens het Europese Hof is dat perfect mogelijk
Het Europese Hof bevestigde dat deze samenloop juridisch mogelijk is. Volgens het Hof hebben beide regels namelijk een verschillend doel binnen het btw-stelsel en functioneren ze autonoom. Artikel 203 wil vermijden dat btw die op een factuur staat ten onrechte wordt afgetrokken, terwijl artikel 41 ervoor zorgt dat intracommunautaire aankopen nooit volledig buiten het btw-systeem vallen.
De twee regels kunnen dus naast elkaar bestaan, zelfs als dat tijdelijk tot dubbele btw-druk leidt. Het Hof benadrukte wel dat nationale wetgeving een effectieve mogelijkheid moet bieden om foutief gefactureerde btw later te corrigeren en terug te krijgen.
Sinds 2020 zijn de regels nog strenger geworden
De zaak ging over transacties tussen 2011 en 2015, dus nog vóór de btw-hervormingen van 2020. Sinds de invoering van de zogenaamde btw-quick fixes is het gebruik van een geldig btw-nummer uit een andere lidstaat een materiële voorwaarde geworden voor de vrijstelling van intracommunautaire leveringen. Daardoor is het correct gebruiken en controleren van btw-nummers vandaag nog belangrijker geworden.
Wat betekent dit concreet voor ondernemingen?
De belangrijkste les uit dit arrest is dat btw-fouten rond internationale transacties zelden geïsoleerd blijven. Eén kleine fout kan meerdere gevolgen hebben bij verschillende partijen. Daarom kijken we in de praktijk bij internationale goederenstromen altijd naar drie zaken: welk btw-nummer een klant gebruikt bij grensoverschrijdende aankopen, of leveranciers correct factureren zonder binnenlandse btw wanneer het om intracommunautaire leveringen gaat, en of fouten snel worden gecorrigeerd wanneer ze worden vastgesteld.
Ook ERP-systemen en interne procedures spelen hierin een belangrijke rol ⚙️. Wanneer verkeerde btw-nummers automatisch worden gebruikt of facturatie niet correct wordt ingesteld, kan dat snel tot fiscale problemen leiden.
👉 De conclusie is duidelijk: een ogenschijnlijk kleine administratieve fout kan leiden tot meerdere btw-schulden tegelijk. Voor ondernemingen met internationale activiteiten loont het daarom om hun btw-processen regelmatig te laten nakijken.
Heb je vragen over btw-schulden of intracommunautaire transacties? Het team van Pelle & Company kijkt graag mee naar je structuur en processen.